055-5420290 / 06-83773417 info@boksclub-abcc.nl

Observatiepunten bokshouding

Voetenstand.
1. juiste spreiding voeten
2. op voorvoeten
3. gewicht gelijk verdeeld
4. evenwijdig aan elkaar
5. in richting tegenstander

Benenstand.
1. knieën licht gebogen
2. knieën licht naar binnen gebogen

Rompstand.
1. licht voorover gebogen
2. schouders boven benen

Armenstand.
1. polsen op kin hoogte
2. ellebogen binnen schouderbreedte.
3. voorste hand ongeveer 20 cm voor/ naast. gezicht – achterste hand ongeveer 10 cm voor/ naast gezicht.

Handenstand.
1. gesloten hand
2. middenhandsbeentjes in het verlengde onderarm
3. duim over de vingers

Stand van het hoofd.
1. hoofd voorover hangend
2. kin kan achter schouder
3. aankijken tegenstander.

Observatiepunten verplaatsen algemeen
1. vanuit de bokshouding
2. eerste voet eerst
3. pas niet te groot
4. een voet aan de grond
5. tweede voet sleept
6. grootte handhaven
7. evenwijdig en richting tegenstander
9. terug in bokshouding

Observatiepunten stoten algemeen.
1. vanuit de bokshouding gegeven
2. zonder seinen gegeven
3. bovenlichaam meegedraaid
4. voor de goede afstand bedoeld
5. met het stootvlak
6. op het trefvlak
7. is trekkend gegeven
8. met de grootste snelheid
9. met de grootste stootkracht
10. kortste weg terug in de bokshouding

Specifieke observatiepunten van de directe stoot met voorhand.
1. Ellebogen binnen schouderbreedte gehouden
2. Vuist in rechte lijn naar trefpunt
3. Knokkels horizontaal gedraaid.

Specifieke observatiepunten van de directe met stoothand
1. Afzet van het standbeen
Specifieke observatiepunten van de hoek met voorhand
1. opzij openvallen onderarm tot 90 graden
2. in de handpalm kijken.

Specifieke observatiepunten van de hoek met stoothand
1. afzet vanuit standbeen

Specifieke observatiepunten van de opstoot met voorhand
1. naar voren openvallen onderarm tot 90 graden
2. licht draaien van de heup.

Specifieke observatiepunten van de opstoot met de stoothand
1. afzet vanuit standbeen

De verdedigingen zijn verdeeld in twee hoofdgroepen.

1. observeren passieve verdedigingen
2. observeren actieve verdedigingen

Het verschil tussen deze twee groepen is het doel waarvoor deze verdedigingen worden gebruikt.
Ad. l Passieve verdedigingen dragen zorg dat stoten het trefvlak niet bereiken.
Ad 2. Actieve verdedigingen hebben ten doel m.b.v. een passieve verdediging een of meerdere treffers toe te brengen.

De passieve verdedigingen zijn:
1. weren
2. blokken
3. slippen
4. duiken
5. stappen.

Bij het observeren verdelen wij deze passieve verdedigingen in twee groepen, overeenkomstig de manieren waarop ze gebruikt worden.

A. Weren en blokken; hierbij zijn een of beide armen nodig om deze uit te voeren.
B. Slippen, duiken, stappen; hierbij zijn de armen vrij om de stoten nadat een van deze verdedigingen is uitgevoerd.

Observeren weren

Het weren dient om directe stoten van richting te doen veranderen. Het weren van directe gebeurt door vanuit de bokshouding de directe stoot een paar centimeter van richting te doen veranderen. Dit is voldoende omdat door de snelheid van de stoot op de stilstaande en strakgehouden handschoen de stoot als het ware als een biljartbal weg caramboleert.

Directe die naar de maag gestoten worden moeten met de elleboog geweerd worden. Ook hiervoor geldt dezelfde techniek als bij het weren van directe hoog. Directe stoten worden altijd naar binnen geweerd. Dit houdt in dat de stoten altijd dat de tegenover liggende hand geweerd worden.

Observatiepunten weren
1. beginnend vanuit bokshouding
2. zo kort mogelijke beweging
3. stoten naar binnen weren
4. oogcontact houden
5. daarna terug in stoot- of bokshouding.

Het blokken dient om stoten tot stilstand te brengen. Dit wordt alleen gedaan bij hoeken en opstoten. Met blokken gebeurt in de bokshouding door de onderarm, elleboog of vuist in de baan van de stoot te brengen. De onderarm elleboog en vuist moeten daar wel op getraind worden zodat deze niet met de stoot meebuigen. Dit zal op verschillende afstanden geoefend moeten worden. Het zal duidelijk zijn dat een hoek op hele afstand anders geblokt moet worden dan op halve of korte afstand. Bij een hoek op halve- en korte afstand moeten de armen dichter naar het gezicht komen omdat anders de hoek achterlangs gestoten wordt.

Observatiepunten blokken
1. Beginnend vanuit bokshouding
2. Zo kort mogelijke beweging
3. Arm mag niet buigen
4. Bovenlichaam meedraaien
5. Oogcontact houden
6. Daarna terug in stoot- of bokshouding.

Als achterwaarts geslipt wordt dan kan dit niet meer zijn dan enkele centimeters. Voor grotere, bewegingen van het trefvlak wordt voor een verplaatsing achterwaarts gekozen. Dus slippen bij voorkeur alleen zijwaarts. In een later stadium wanneer een bokser goed geoefend is kan ook het achterwaarts slippen aangeleerd worden als extra variaties

Observatiepunten slippen
1. beginnend vanuit bokshouding
2. uit de baan van de stoot
3. hoofd blijft voorover hangen
4. oogcontact houden
5. daarna terug in stoot- of bokshouding.

Het duiken met een draaiende beweging van het bovenlichaam gebeurt hoofdzakelijk voor het ontwijken van hoeken. Het rechtstandig naar beneden duiken hoofdzakelijk voor het ontwijken van directe. Als een bokser duikt, dan zakt hij met zijn hoofd minimaal lager dan de schouders van zijn tegenstander. Hij kijkt dan over je handen heen naar je gezicht en ben je dus trefbaar, daarom moeten je handen als je duikt hoger dan normaal.

Observatiepunten duiken
1. beginnend vanuit bokshouding
2. uit de baan van de stoot
3. doorzakken door knieën
4. handen bij voorkeur hoger dan normaal
5. oogcontact houden
6. daarna terug in stoot- of bokshouding.

Het stappen is een enkelvoudige verplaatsing. Dit kan gebeuren als passieve verdediging en als eerste bewegingsfase van een actieve verdediging. Het stappen kan gedaan worden in alle richtingen, met~ als doel de stoten van de tegenstander te ontwijken. Stappen gebeurt voor directe stoten naar de buitenzijde, voor hoeken naar de binnenzijde en voor opstoten achterwaarts. Ook hier zijn weer meerdere mogelijkheden zoals voor directe naar binnen of naar achteren stappen. Voor alle stoten is het mogelijk om naar de tegenstander toe te stappen aan de stoten te ontwijken. Dit is natuurlijk een manier die zeer gevaarlijk is omdat er bijzonder veel ervaring voor nodig is om dit toe te passen.

Observatiepunten stappen
1. beginnend vanuit bokshouding
2. korte enkelvoudige verplaatsing
3. armen in bokshouding
4. bovenlichaam bokshouding
5. oogcontact houden
6. daarna terug in stoot- of bokshouding.

Actieve verdedigingen: na een geslaagde passieve verdediging een of meerdere stoten plaatsen. Deze actieve verdedigingen vormen een zo belangrijk onderdeel van het boksen dat een groot gedeelte van de trainingstijd hieraan besteed dient te worden. In elke techniektraining moet een actieve verdediging worden opgenomen, of een gedeelte daarvan.

Een groot gedeelte van de actieve verdediging berust op het uitvoeren van een gerichte reactie op een actie van de tegenstander. Deze reactie is heel erg specifiek en daarom is deze uit te voeren reactie heel erg moeilijk aan te leren. Zoals alle reactieoefeningen vergen deze een heel specifieke en nauwkeurige coördinatie. De reacties en de handelingen na een actie van de tegenstander, behoeven een stap voor stap aanleermethode waarbij de actieve verdedigingen in verschillende onderdelen wordt uitgesplitst en apart geoefend. Een belangrijk gedeelte is de passieve verdediging d.m.v. verplaatsen.

Observatiepunten actieve verdedigingen algemeen.
1. beginnen vanuit de bokshouding
2. zonder seinen
3. eerst passieve verdediging
4. dan stoot(en) variatie
5. stoten combinatie altijd afmaken met voorhand (= verd.stoot)
6. terug in bokshouding.

Stopstoot. Het doel waarom een directe met de voorhand gegeven wordt kan zijn:
a. als treffer zonder verdere aanvallende bedoelingen,
b. om een tegenstander een richting heen te dwingen,
c. als voorbereidingsstoot om andere stoten te laten volgen.

De reden waarom een stopstoot gegeven wordt kan zijn:
a. wanneer hij gegeven wordt voor de aanval begint,
b. wanneer hij gegeven wordt op het moment dat de aanval ingezet wordt,
c. wanneer hij gegeven wordt als de aanval bezig is.

Observatie punten stopstoot
1. beginnend vanuit de bokshouding.
2. zonder seinen
3. gestoten op het moment dat de aanval wordt ingezet.
4. gestoten met voorhand
5. terug in bokshouding.

De reactiestoten zijn alle stoten dat gegeven worden na een passieve verdediging. Dus stoten na het blokken, weren, slippen, duiken of stappen. Er zit dus een bepaalde tijd tussen. De hoeveelheid stoten die gegeven kunnen worden na een passieve verdediging bepaalt de geoefendheid van de bokser.

Observatiepunten reactiestoten
1. beginnend vanuit bokshouding.
2. zonder seinen
3. direct na de passieve verdediging.
4. een of meerdere stoten.
5. terug in bokshouding.

Observatie punten counter
1. vanuit de bokshouding
2. zonder te seinen
3. gestoten op het moment dat de aanval wordt ingezet
4. gestoten met de stoothand
5. terug in de bokshouding.

Observatie punten nastoten
1. vanuit passieve verdediging.
2. zonder seinen
3. direct nadat de tegenstander zijn combinatie beëindigd een stotencombinatie geven.
4. stoten combinatie altijd afmaken
5. direct terug in de bokshouding.

Observatie punten overnemen aanval
1. vanuit de bokshouding.
2. na een of meerdere passieve verdedigingen.
3. stoten direct aan het einde van een aanval van de tegenstander.
4. terug in bokshouding.

Observeren meestoten tijdens aanval

Het meestoten tijdens de aanval wil zeggen dat er naar de tegenstander gestoten wordt terwijl hij stoot. Dit zonder acht te slaan op de stoten van de tegenstander. Dit kan uitgevoerd worden op alle afstanden, zowel aanvallend als verdedigend.

Strijdwijze:
a. door tijdens het stoten van afstand te wisselen.
b. door tijdens het stoten vertikaal te duiken.
c. tijdens het stoten te slippen.
d. te stoten vanuit een hoge dekking.

Observatie punten meestoten tijdens de aanval

1. beginnen vanuit de bokshouding.
2. zonder seinen
3. na een passieve verdediging.
4. stoten en tegelijkertijd te wisselen van afstand, te slippen of verticaal te duiken.
5. terug in bokshouding.