Kalender

Facebook talk

Instagram Klik op het logo voor de ABCC instagram en volg ons!

Schaduwboksen.... wedstrijdfocus.... een les overdenken... lees hier waarom. 

Lynne McTaggart 

Dit verscheen in Ode nummer: 93

bron: http://www.ode.nl

Wat u kunt leren van topsporters: uw intentie verandert de werkelijkheid. Uw gezondheid. Uw carrière. Uw wereld.


Ali tegen Foreman
Ali tegen Foreman
Voordat Muhammad Ali in 1974 in Kinshasa wereldkampioen George Foreman ontmoette voor hun rumble in the jungle, oefende hij zijn rechtse en linkse directen alsof de naderende bokswedstrijd hem niets kon schelen. Af en toe haalde hij wat onsamenhangend uit naar zijn sparringpartner; het leek alsof hij afwezig tegen een stootzak stompte. Ali hing voornamelijk in de touwen en liet zich door zijn opponent als stootzak gebruiken. 
Gedurende de laatste jaren van zijn loopbaan deed hij dat steeds vaker: veel van zijn trainingstijd gebruikte Ali om te leren hoe hij de rechtse directen, hoeken, zwaaistoten en stopstoten van zijn tegenstander kon opvangen of ontwijken. Hij onderzocht hoe hij zijn hoofd een fractie van een seconde voordat hij zou worden geraakt moest verplaatsen, of waar hij met zijn lichaam een stoot mentaal kon afbuigen, zodat de treffer hem geen pijn zou doen. 
Muhammad Ali was niet bezig zijn lichaam te trainen hoe hij kon winnen; hij trainde zijn geest om niet te verliezen – vooral op het moment dat hij, om en nabij de twaalfde ronde, uitgeput dreigde te raken. Het belangrijkste werk gebeurde niet in de ring, maar in zijn leunstoel. Hij bokste de wedstrijd van te voren in gedachten. Hij gebruikte zijn intenties. 
Zo werd Ali succesvol – en na mijn bestudering van de wetenschap achter intenties denk ik dat wij met een dergelijk bewust gebruik van onze intenties op alle terreinen van ons leven beter kunnen presteren en zelfs onze gezondheid kunnen beïnvloeden.

 

De meest leerzame voorbeelden zijn afkomstig uit de sport. Misschien wel alle topsporters uit alle mogelijke disciplines trainen routinematig ‘imaginair’, ze trainen ‘innerlijk’. Aandachtsconcentratie (focussen) wordt tegenwoordig in de sport beschouwd als essentieel voor het verbeteren van prestaties. Zwemmers, schaatsers, gewichtheffers en voetballers – allemaal maken ze gebruik van hun intentie om hun prestaties op te vijzelen. Zelfs in ontspanningssporten, zoals golfen of rotswanden beklimmen, wordt gebruikgemaakt van intentie.

Iedere moderne coach in een wedstrijdsport oefent zijn spelers om zich hun prestaties te laten verbeelden. Deze training wordt zelfs vaak bewierookt als het doorslaggevende element dat de topsporter van de tweededivisiespeler onderscheidt. Zo zijn voetbalinternationals eerder geneigd gebruik te maken van imaginatie dan voetballers op een wat lager niveau.

 

Muhammad Ali was van alle topsporters de intentiemeester. Hij ontwikkelde bewust mentale vaardigheden die zijn prestaties in de ring zouden verbeteren. Vóór een wedstrijd paste Ali diverse zelfmotivatiemethoden toe: visualisatie, imaginair trainen, zelfbevestiging, waarbij hij zich liet leiden door misschien wel het krachtigste epigram van zelfwaarde dat iemand ooit had geuit: de legendarisch geworden woorden ‘I am the greatest!’
Bovendien zei Ali in het openbaar herhaaldelijk wat zijn intenties waren. Zijn aanhoudende spervuren van rijmpjes leken heel kinderachtig of onschuldig, maar het waren uiterst specifieke intenties in vermomming. Zoals deze: ‘Archie Moore is sure to hug the floor by the end of four.’ Of deze: ‘Now Clay swings with a right, what a beautiful swing! And the punch knocks the Bear clear out of the ring!’ Voor een wedstrijd herhaalde Ali deze rijmpjes als een soort mantra: tegenover de pers, tegenover zijn tegenstander en zelfs nog in de ring – net zolang tot hij de inhoud als een feit had geaccepteerd. 
Toen Foreman en Ali aan hun titanenstrijd in Kinshasa begonnen, was Foreman zeven jaar jonger dan Ali en stond hij bekend als één van de gevaarlijkste boksers van het moment. Slechts twee maanden eerder had hij Ken Norton na slechts twee ronden en vijf stoten tegen het hoofd voor dood achtergelaten op het canvas. Desondanks herschreef Ali in de weken voor hun ontmoeting het verhaal over het gevecht tussen Norton en Foreman en herhaalde dat, vrijwel letterlijk, tegenover iedere journalist die hem interviewde. ‘Hij kan hard stoten, maar raken kan hij niet’, zei hij, met een flitsende boksbeweging door de lucht, voor de neus van de verslaggever. ‘Foreman duwt zijn tegenstanders omver. Zijn stoten zijn veel te traag – het duurt een jaar voordat ze er zijn. Dacht je soms dat mij dat verontrust? Dit gaat de grootste ommekeer worden in de geschiedenis van het boksen!’

De uitkomst is bekend: Ali’s intentie werd werkelijkheid in de ‘jungle’ van Kinshasa, de hoofdstad van Kongo.


De psycholoog Allan Paivio, emeritus hoogleraar van de Universiteit van West-Ontario in Canada, opperde als eerste dat menselijke hersenen gebruikmaken van ‘tweeledige codering’ om verbale en non-verbale informatie tegelijkertijd te verwerken. Het is aangetoond dat mentaal oefenen bijna evenveel zoden aan de dijk zet als lichamelijke training. Paivio’s model is op grote schaal toegepast om sporters te helpen zichzelf te motiveren, of een bepaalde vaardigheid te leren of te verbeteren. De methoden die bij imaginair trainen worden gevolgd, zijn uitputtend bestudeerd. In 1990 werd hun geloofwaardigheid aanzienlijk versterkt, toen de vooraanstaande Amerikaanse National Academy of Sciences alle bestaande wetenschappelijke onderzoeken naar deze methoden onderzocht en verklaarde dat ze werkten. 
De meest werkzame vorm van innerlijk repeteren is het zich verbeelden van een sportevenement vanuit het perspectief van de deelnemer alsof hij daadwerkelijk deelneemt aan het spel: Ali die zich voorstelt hoe hij beleeft dat zijn rechtervuist contact maakt met het linkeroog van zijn tegenstander. De sportbeoefenaar maakt zich tot in de kleinste details een voorstelling van de toekomst zoals deze zich moet ontplooien. Kampioenen voorspellen en repeteren elk aspect van de wedstrijdsituatie, met inbegrip van de dingen die zij moeten doen om eventuele tegenslagen te boven te komen.


Om tot een volledig meesterschap over hun sport te komen, stellen de toppers zich een vlekkeloze uitvoering voor. Het belangrijkste aspect van hun intentie is het repeteren van de overwinning, want dit helpt hen zich van die triomf te verzekeren. Zij beleven van tevoren de gevoelens die na de winst bezit van hen zullen nemen: hun euforie, de reacties van hun ouders, de felicitaties, het uitreiken van de medailles, het feest na de wedstrijd, maar ook bijkomende beloningen, zoals nieuwe sponsors. Ze beleven intens hoe de toeschouwers alleen hen toejuichen vanwege hun prestaties.

Topsporters concentreren zich ook op de moeilijke momenten en werken een strategie uit om over de hele linie beter te worden. Zij vinden antwoorden op vragen als: Hoe houd ik me rustig als het tegenzit, bijvoorbeeld als ik een spier verrek? Hoe reageer ik op een onjuiste beslissing van de scheidsrechter? Voor al die situaties wordt een specifieke intentie geformuleerd: een techniek verbeteren, een nieuwe tactiek uitproberen, een wedstrijd uitspelen, een stijl perfectioneren, winnen, et cetera. 
Net als Muhammad Ali leren topsporters hoe zij zich kunnen afsluiten voor elk beeld dat voor twijfel staat. Zij ontwikkelen de vaardigheid om bij ieder beeld van een eventuele moeilijkheid dat in hun geest opkomt, de regie over de innerlijke film te nemen en die situatie te vervangen door zich een succesvolle afloop voor te stellen.

Ervaren topsporters betrekken al hun zintuigen in hun verbeelding. Zij hebben niet alleen een visueel innerlijk beeld van hun deelname aan een wedstrijd, maar horen het gejuich, voelen hun bewegingen en ruiken en proeven alles wat erbij hoort: de ambiance, hun tegenstanders, het zweet van hun lichaam, het applaus. Hoe meer wedstrijdervaring de topsporter heeft, des te beter hij erin slaagt zich in gedachten te verplaatsen in de fysieke gewaarwordingen die hij tijdens de wedstrijd ervaart.


Een jaar na de wonderlijke zege op George Foreman maakte Muhammad Ali opnieuw meesterlijk gebruik van intentie om Joe Frazier op de Filippijnen te verslaan, tijdens misschien wel de zwaarste en meest indrukwekkende bokswedstrijd aller tijden. Deze keer maakte Ali een voodoopop. Ali gaf zijn opponent het uiterlijk van een miniatuurgorilla van rubber die hij in zijn binnenzak meedroeg en waarnaar hij van tijd tot rijd voor de televisiecamera’s uithaalde met zijn rechtervuist, met de woorden ‘It’s gonna be a thrilla and a chilla and a killa when I get the gorilla in Manila’. Tegen de tijd dat Frazier de ring in stapte, was hij in zijn geest gereduceerd tot een nauwelijks mensachtig wezen. 
Naast deze verbale intenties zond Ali mentale intenties uit door in zijn hoofd elk ogenblik van het gevecht te repeteren: de vermoeidheid in zijn benen, het tappelings van zijn lichaam stromende zweet, de pijn in zijn nieren en blauwe plekken op zijn gezicht, de flitsende fototoestellen van de pers, het gejoel en gebrul van de toeschouwers en uiteraard het ogenblik waarop de arbiter zijn arm optilde om Ali’s overwinning op Frazier aan te geven. Na veertien uitputtende rondes was Frazier zo vermoeid geraakt, dat zijn coach besloot hem niet meer terug in de ring te sturen. Muhammad Ali had zijn lichaam de intentie tot winnen toegezonden – en zijn lichaam had aan zijn wil gehoorzaamd.


Maar hoe zou eenvoudig denken aan een toekomstige topprestatie nu invloed kunnen hebben op de dag waarop het evenement werkelijk plaatsheeft? Hoe kan een gedachte werkelijkheid worden?

Hersenonderzoek waarin gebruik wordt gemaakt van elektromyografie (EMG) biedt een antwoord op deze vraag. Deze technologie levert directe informatie over de instructies die de hersenen aan het lichaam geven over wanneer en waar het een bepaalde beweging moet maken. Hiertoe worden op twee punten langs een motorische zenuwbaan naaldjes in de spier gebracht. Via één van de naalden worden dan stroomstootjes uitgezonden om de spier te doen samentrekken, zodat bij de tweede naald de geleidingssnelheid van de zenuw kan worden gemeten. In de medische praktijk is EMG voor de arts een nuttig instrument voor het diagnosticeren van neuromusculaire aandoeningen en om te testen of de spieren naar behoren reageren op de prikkels vanuit de hersenen.
De EMG-technologie is echter ook gebruikt om een antwoord te vinden op de vraag of de hersenen onderscheid maken tussen een gedachte en een handeling? Anders gezegd: creëert alleen al de gedáchte aan een handeling hetzelfde neurotransmissiepatroon als de handeling zélf? Dit werd onderzocht door een groep skiërs te testen, terwijl zij bezig waren met imaginair trainen. Steeds als een skiër in gedachten van een helling suisde, bleken de elektrische impulsen naar de spieren gelijk aan de impulsen die de spieren tijdens de afdaling opdracht gaven om wendingen of sprongen uit te voeren. De hersenen zonden dus dezelfde instructies aan het lichaam, ongeacht of de skiër de beweging nu alleen in gedachten maakte of in werkelijkheid. De conclusie is verbijsterend: de gedachte produceerde dezelfde mentale instructies als de handeling zelf. 
Ook onderzoek met EEG’s heeft aangetoond dat de elektrische activiteit die de hersenen produceren gelijk is, of we nu in gedachten iets doen of het in werkelijkheid uitvoeren. Zo bleek bij gewichtheffers dat de EEG-patronen in de hersenen die nodig waren om de feitelijke motorische bewegingen te maken, ook optraden wanneer ze die bewegingen alleen maar in gedachten doornamen. Alleen al de gedachte volstaat om de neurale instructies op te roepen voor de fysieke uitvoering van de handeling.
Op basis van dit onderzoek hebben wetenschappers een paar interessante hypothesen geformuleerd over de manier waarop imaginair trainen werkt. Volgens één van die hypothesen creëren imaginaire trainingen exact de neurale patronen die nodig zijn voor de handeling zelf. Deze oefeningen helpen de hersenen om de neuronencircuits te creëren die voor het echte werk nodig zijn. Intensieve belevingen vooraf trainen de hersenen op het vergemakkelijken van de bewegingen gedurende de feitelijke prestatie. Als de sporter zijn prestatie levert, worden de specifieke zenuwbanen naar de desbetreffende spieren geprikkeld en blijven de chemische stoffen die daarbij worden geproduceerd gedurende korte tijd erin aanwezig. Iedere toekomstige prikkeling langs dezelfde circuits wordt gemakkelijker gemaakt door de resteffecten van de eerdere stimuleringen. We worden beter in het uitvoeren van fysieke taken, simpelweg omdat de signalering van intentie naar actie al is getraind. Toekomstige prestaties verbeteren, omdat de hersenen de route naar succes al kennen en het reeds gelegde spoor volgen. De zenuwen en spieren creëren bij innerlijk repeteren de route evengoed als in de praktijk zelf.
Dat neemt niet weg dat er enkele belangrijke verschillen tussen mentaal en fysiek oefenen bestaan. Als je fysiek te intensief traint, word je moe; dit veroorzaakt elektrische interferentie en blokkades op de route. Bij mentaal oefenen blijven zulke blokkades uit, ongeacht hoe vaak je innerlijk oefent. Het tweede verschil heeft betrekking op de omvang van het effect: de door middel van mentaal oefenen gebaande route zou iets smaller kunnen zijn dan die welke door fysiek oefenen wordt gebaand. Hoewel beide vormen van training dezelfde neurotransmissie- en spierpatronen creëren, blijkt de invloed van ingebeelde prestaties iets geringer. Als je werkelijk profijt wilt trekken van mentale training, moet deze dus een herhaling zijn van de fysieke praktijk.

 

Imaginaire training kan meer doen dan alleen de prestaties verbeteren; je kunt er ook fysiologische veranderingen mee bewerkstelligen – en niet alleen in het lichaam van een sporter. De trainingspsycholoog Guang Yue van de Cleveland Clinic Foundation in de Verenigde Staten die hier onderzoek naar deed, vergeleek proefpersonen die geregeld het fitnesslokaal bezochten met proefpersonen die imaginaire fitnesstrainingen uitvoerden. Zij die geregeld in het fitnesslokaal oefenden, versterkten hun spierkracht met 30 procent. Maar de deelnemers die alleen in de leunstoel imaginaire gewichtstrainingen hadden gedaan, slaagden erin hun spierkracht met 15 procent te vergroten.
Proefpersonen van tussen de 20 en 35 jaar oud verbeelden zich intensief dat zij hun biceps spanden. Zij deden dit vijf keer per week. De onderzoekers overtuigden zich ervan dat de deenemers gedurende het onderzoek geen fysieke oefeningen deden – met inbegrip van het spannen van hun biceps – en constateerden na slechts enkele weken een verbazingwekkende toename van 13,5 procent in zowel spierkracht als spieromvang – een verbetering die tot drie maanden na het staken van de imaginaire training aanhield. 
In 1997 oogstte David Smith, docent sportpsychologie aan Chester College in New Hampshire in de Verenigde Staten, overeenkomstige resultaten: proefpersonen die aan fitnesstraining deden, konden hun kracht 30 procent opvoeren; proefpersonen die alleen imaginaire fitnesstraining deden, ontwikkelden tot 16 procent meer spierkracht. Doelgerichte, gefocuste verbeelding werkt bijna evengoed als echte fitnesstraining. Dit kan je ook helpen een ander aspect van je lichaam te veranderen – wellicht een geruststellende gedachte voor wie niet tevreden is met zijn of haar lichaamsvorm. Zo bleek uit een ander onderzoek dat vrouwen onder hypnose de omvang van hun borsten konden vergroten, eenvoudig door zich in te beelden dat ze op het strand lagen terwijl de zon hun torso verwarmde.
De levendige imaginatietechnieken die sportmensen gebruiken zijn ook uitermate effectief bij de behandeling van ziekte. Patiënten zijn erin geslaagd de genezing van een uiteenlopende reeks van acute en chronische aandoeningen – van hart- en vaatziekten en hoge bloeddruk tot pijn in de onderrug en spier- en botklachten of zelfs fibromyalgie – te bespoedigen. Zij deden dit door zich te verbeelden hoe hun lichaam de aandoening bestreed door bijvoorbeeld grote aantallen T-killercellen te produceren die zich op virussen storten. Zulke visualisaties bleken ook post-operatieve resultaten te kunnen verbeteren, te helpen bij pijnbeheersing en het minimaliseren van de schadelijke bijwerkingen van chemotherapie.
Het is zelfs mogelijk gebleken de afloop van een ziekte te voorspellen door na te gaan welke vormen van visualisatie patiënten gebruikten om hun ziekte te bestrijden. De psychologe Jeanne Achterberg van het Institute of Transpersonal Psychology in Menlo Park in Californië – die zichzelf naar eigen overtuiging met dit soort voorstellingen had weten te genezen van een zeldzame vorm van oogkanker – deed onderzoek onder een groep kankerpatiënten die in hun strijd tegen de ziekte eveneens gebruikmaakten van visualisaties. Zij kon met 93 procent zekerheid voorspellen welke patiënten volledig zouden herstellen, van welke patiënten de toestand zou verslechteren en welke patiënten zouden overlijden. Zij deed dit door naar hun visualisaties te vragen en die een waarderingscijfer te geven. De genezen patiënten hadden een beter vermogen tot levendig visualiseren, met indringende beelden en symbolen: zij konden een intense verbeelding vasthouden, waarbij ze zich voorstelden dat de medische behandeling effectief werkte en zij de kanker zouden overwinnen. Bovendien bleek dat de succesvolle patiënten hun visualisaties regelmatig deden.

De effecten van intentie in de topsport en bij de behandeling van ziekten hebben mij ervan overtuigd geraakt dat we in staat zijn om op alle terreinen van ons leven beter te presteren en dat we zelfs onze toekomst kunnen beïnvloeden door bewust gebruik te maken van verbeelding. 
De intentie moet zeer specifiek zijn. Het doel moet met geconcentreerde aandacht zo levendig mogelijk worden gevisualiseerd, alsof het al werkelijkheid is. Steeds als we ons zo’n toekomstige gebeurtenis voorstellen, houden we er een mentaal beeld van voor ogen alsof het ons op dat moment overkomt. Gebruik hierbij al uw zintuigen om de voorstelling zo compleet en levendig mogelijk te maken. Centraal in deze voorstelling dient het moment te staan waarop we ons doel verwezenlijken. 
Het is misschien zelfs denkbaar dat we in de toekomst geen medicamenten meer nodig hebben als we ze zouden vervangen door goede intenties. Aangezien is aangetoond dat intentie daadwerkelijk invloed heeft op de chemische processen in ons lichaam, zouden we in staat moeten zijn elk fysiologisch proces naar behoeven te versnellen, te vertragen of te verbeteren. 
We zouden de kwaliteit van onze dagelijkse bezigheden kunnen opvoeren door ze gedetailleerd imaginair te repeteren. Thuis zouden we intenties naar onze kinderen kunnen uitzenden, gericht op betere leerprestaties of een meer liefdevolle houding tegenover hun vriendjes en vriendinnetjes. Volgens mij kan intentie krachtig genoeg zijn om elk aspect van ons leven positief te beïnvloeden. We kunnen de wereld ermee veranderen.

Met toestemming bewerkt en overgenomen van Lynne McTaggart: Het intentie experiment: Kunnen je gedachten de wereld veranderen?, dat in februari verschijnt bij uitgeverij Ankh-Hermes. McTaggart is hoofdredacteur van de nieuwsbrief Medisch Dossier en auteur van diverse boeken, waaronder Het veld: De zoektocht naar de geheime kracht van het universum. 

zHoeken

ABCC 50 JAAR